Hé, lekker beest!
Voedselketens, -webben en -piramides,... het komt allemaal aan bod tijdens “Hé, lekker beest!”. De gids verklaart begrippen zoals alleseters, vleeseters of planteneters, vertelt over de verschillende soorten magen en illustreert zijn verhaal met allerlei didactisch materiaal: schedels, braakballen, enz... . In de dierenkeuken (achter de schermen) legt de gids o.a. uit wat de dieren in de vrije natuur eten en welke vervangvoeding ze in Planckendael krijgen.
Doelgroep: van het derde tot zesde leerjaar lager onderwijs, van het eerste tot zesde jaar secundair onderwijs
Duur: 2 uur
Eindtermen voor het lager onderwijs
Wereldoriëntatie
Wereldoriëntatie – Natuur - Levende en niet-levende natuur
|
1.3 |
De leerlingen kunnen in een beperkte verzameling van mensen, dieren en planten gelijkenissen en verschillen ontdekken en op basis van minstens één criterium een eigen ordening aanbrengen en verantwoorden. |
|
1.5 |
De leerlingen kunnen bij organismen kenmerken aangeven die illustreren dat ze aangepast zijn aan hun omgeving. |
|
1.7 |
De leerlingen kunnen de wet van eten en gegeten worden illustreren aan de hand van minstens twee met elkaar verbonden voedselketens. |
|
1.8 |
De leerlingen kunnen de functie van belangrijke organen die betrokken zijn bij ademhaling, spijsvertering en bloedsomloop in het menselijk lichaam verwoorden op een eenvoudige wijze. |
|
1.16 |
De leerlingen kunnen met enkele voorbeelden aantonen dat energie nodig is voor het functioneren van levende en niet-levende systemen en kunnen daarvan de energiebronnen benoemen. |
Eindtermen voor de eerste graad van het secundair onderwijs
Vakgebonden eindtermen natuurwetenschappen
Systemen
|
3. |
De leerlingen kunnen bij een bloemplant de functies van de wortel, de stengel, het blad en de bloem aangeven. |
|
6. |
De leerlingen kunnen met concrete voorbeelden aangeven dat organismen op verschillende manieren aangepast zijn aan hun omgeving. |
|
7. |
De leerlingen kunnen in een concreet voorbeeld van een biotoop aantonen dat organismen een levensgemeenschap vormen waarin voedselrelaties voorkomen. |
|
8. |
De leerlingen kunnen in concrete voorbeelden aantonen dat de omgeving het voorkomen van levende wezens beïnvloedt en omgekeerd. |
|
9. |
De leerlingen kunnen in een concreet voorbeeld aantonen dat de mens natuur en milieu beïnvloedt en dat hierdoor ecologische evenwichten kunnen gewijzigd worden. |
Eindtermen voor de tweede graad van het secundair onderwijs
Vakgebonden eindtermen biologie
Algemene eindtermen
|
B2 |
De leerlingen kunnen aantonen dat verantwoord handelen van individu en maatschappij noodzakelijk zijn voor het milieu. |
Vakinhoudelijke eindtermen - Morfologie-fysiologie - Gedrag
|
B17 |
De leerlingen kunnen met voorbeelden verschillen tussen aangeboren en aangeleerd gedrag illustreren. |
Vakinhoudelijke eindtermen - Ecologie - Interacties tussen organismen en tussen organismen en hun omgeving
|
B18 |
De leerlingen kunnen op het terrein organismen gericht waarnemen, hun habitat beschrijven, eenvoudige voedselketens en een voedselweb opstellen. |
|
B20 |
De leerlingen kunnen voorbeelden geven van interacties tussen organismen en hun omgeving en van interacties tussen organismen onderling. |
Vakinhoudelijke eindtermen - Ecologie - Mens en milieu
|
B25 |
De leerlingen kunnen aan de hand van voorbeelden de wisselwerking tussen mens en milieu aantonen en verklaren. |