Mara in de pampa
Elk dier heeft zijn eigen plekje in een biotoop, naast heel wat andere dieren. Dat illustreren we door de leerlingen te laten kennismaken met onze Zuid-Amerikaanse dieren en hen samen te plaatsen in een biotoop. Daarnaast besteden we ook aandacht aan de problematiek van het goudkopleeuwaapje in het regenwoud.
De leerlingen van de eerste graad krijgen aan de start van de rondleiding een t-shirt met daarop de afbeelding van een woudreus of een goudkopleeuwaapje. Later tijdens de rondleiding gebruiken we dit om een spel te spelen. Ook leren we hen een liedje aan, moeten ze de vogel zoeken die bij de veer hoort, laten we ze springen als een mara,…
Gaan we op stap met leerlingen van de tweede graad dan nemen we een bolderkar mee. Bij elke halte kunnen de leerlingen een puzzelstuk verdienen. Ze krijgen opdrachten als het geluid van een ara nabootsen, insecten uit een bromelia “prutsen”,… Op het einde van de rondleiding maken ze dan met de verdiende puzzelstukken een grote puzzel. De tekening is een Zuid-Amerikaans biotoop waarop ze dan allerlei dieren een plaatsje moeten geven.
Doelgroep: van het eerste tot vierde leerjaar lager onderwijs
Duur: 2 uur
Eindtermen
Wereldoriëntatie
Wereldoriëntatie – Natuur - Levende en niet-levende natuur
|
1.3 |
De leerlingen kunnen in een beperkte verzameling van mensen, dieren en planten gelijkenissen en verschillen ontdekken en op basis van minstens één criterium een eigen ordening aanbrengen en verantwoorden. |
|
1.5 |
De leerlingen kunnen bij organismen kenmerken aangeven die illustreren dat ze aangepast zijn aan hun omgeving. |
Wereldoriëntatie – Natuur - Milieu
|
1.24 |
De leerlingen kunnen met concrete voorbeelden uit hun omgeving illustreren hoe mensen op positieve, maar ook op negatieve wijze omgaan met het milieu. |