Kweekprogramma's

Voor dieren die in de natuur dreigen uit te sterven, vormen dierentuinen eigenlijk een soort reservepotje waaruit geput kan worden als het met hun vriendjes in de natuur de verkeerde kant opgaat. Dierentuinen over de hele wereld werken daarom samen door kweekprogramma’s op te zetten. Zo worden de best ‘matchende’ dieren bij elkaar gebracht, en zien gezonde kleintjes het levenslicht!

Om de kweekprogramma’s tot een goed einde te brengen zitten de dierentuinen samen in de werelddierentuinorganisatie WAZA en de Europese dierentuinorganisatie EAZA.

Waarom kweekprogramma’s?

Ten eerste om te vermijden dat sommige bedreigde diersoorten volledig van de aardbol verdwijnen. Je kan de dierentuinen dan eigenlijk zien als een soort ‘reservepotje’. En ten tweede om ervoor te zorgen dat dierentuinen geen dieren meer uit de natuur moeten gaan halen (wat ook helemaal niet mag trouwens).

Stamboek

Voor vele diersoorten bestaat er daarom één groot ‘familiedagboek’: het stamboek. Daarin worden allerlei gegevens verzameld over de dieren van die soort: de geboortedatum van elk dier, wie de moeder is, de vader, in welke dierentuin het dier verblijft, en nog veel meer. Elk stamboek wordt bijgehouden door de stamboekhouder die werkt in één welbepaalde dierentuin.

Zo beheren wij bijvoorbeeld op Europees vlak het stamboek van de Mexicaanse soldatenara, de Europese monniksgier en de Fischer toerako. Daarnaast houden wij ook wereldwijd het stamboek bij van de okapi, de bonobo, de Kongopauw en het goudkopleeuwaapje.

Dierendaten

Voor al deze diersoorten coördineren wij ook het kweekprogramma. Dat betekent dat wij, op basis van de informatie in het stamboek, aangeven welke dieren het best met elkaar kweken. Daarop wordt, in samenspraak met de andere dierentuinen, beslist welk mannetje bij welk vrouwtje mag om kleintjes te maken. Vaak moeten er dan ook dieren verhuizen van de ene dierentuin naar een andere.